Surinaamse Zangvogel Bond

VOGELSLAGEN EN BENAMINGEN

  • Vogelslagen

De zang van de vogels kenmerkt zich in twee verschillende slagen, namelijk de niet gecultiveerde- en gecultiveerde slagen.

  • Niet gecultiveerde slagen

De niet gecultiveerde slagen kunnen weer worden onderverdeeld in de bosslag en broedslag.  

I. De bosslag van de zangvogels

De bosslag van de vogel is de slag die door de vogel in de vrije natuur wordt gefloten en is dus afhankelijk van het gebied van afkomst van de vogel. Vogels uit verschillende gebieden hebben daarom dan ook verschillende soorten bosslagen die zij fluiten. De zang van de vogels uit de vrije natuur (de bosslag) van de gebieden Sipaliwinie, Wageningen, Nani,  Guyana of Brazilië verschillen daarom dan ook onderling sterk van elkaar. De bosslagen zijn dus steeds afhankelijk van de plaats (het bos) van waar de vogels afkomstig zijn.

II. De broedslag

De broedslag is de slag die meestal door jonge vogels wordt gefloten die in gevangenschap zijn uitgebroed.

  • Gecultiveerde slagen

Vele zangvogelkwekers richten zich erop om hun vogels aan te leren om de voor hen ideale slag te fluiten. Deze ideale slag wordt door hen als aangenamer ervaren dan de bos- of broedslagen. De ideale slag die is aangeleerd (de gecultiveerde slagen) levert vaak bij de wedstrijden ook een slagvoordeel op, omdat het korter is.

Het aanleren van de ideale slag geschiedt meestal middels het afdraaien van de gewenste slag via een CD of stick en het meezingen met een maker (een vogel die wel de mooie en gewenste slag fluit).

  • Twa Twa

De niet gecultiveerde slagen van de Twa Twa zijn de bosslag en de broedslag.
De gecultiveerde slagen bij de Twa Twa zijn de ringslag, ringkiauw en de (zeldzame) kiauwslag.

  • Picolet

De wildzang van de Picolet staat bekend als de “froiti” en de meest gewilde gecultiveerde zang van de Picolet is de ‘pijee’. 

  • Rowti

De roep van de Blauwbaka Rowti is evenals die van de Oranka Rowti een scherpe ‘tjiep’. De gecultiveerde zang van de Rowti wordt, voor zowel voor de Blauwbaka als de Oranka, de “wiet wiet” genoemd.

  • Benamingen: Jongman, Tigriman, Repman

De jonge vogels zijn allemaal lichtbruin van kleur en ze worden ‘jongman’ genoemd. De wijfjesvogels zijn net als de jonge vogels allemaal bruin van kleur en ze blijven deze kleur behouden ook als ze ouder worden. Een volwassen mannetjesvogel is gemiddeld 12 maanden oud.

Als de mannetjesvogel iets ouder wordt verandert zijn kleur en krijgt hij naast de bruine kleur ook zwarte veren op zijn verenkleed. In deze fase heten de mannetjesvogels dan ook “tigriman” en ze zijn meestal tussen 12 en 24 maanden oud.

Worden de mannetjesvogels ouder dan 12 tot 24 maanden dan verruilen ze hun bruine veren voor donker gekleurde veren en ze heten dan “repman”.

Aan de wedstrijden mogen alleen repmans deelnemen.