Surinaamse Zangvogel Bond

SCORE EN PUNTENTELLING

Bij alle 3 categorieën Twa Twa, Picolet en Rowti geldt dat alleen de volwassen mannetjesvogels (repmans) aan de wedstrijden mogen meedoen. Het is niet toegestaan om met wijfjes- of jonge vogels (jongman of tigriman) te wedden.

De wedstrijden worden steeds gehouden met twee volwassen mannetjesvogels van dezelfde soort die naast elkaar worden geplaatst op een afstand van 50 cm.

Hierbij gaat het bij de wedstrijden erom dat twee mannetjesvogels tegen elkaar fluiten binnen een vooraf vastgestelde tijd van 10 of 15 minuten.

De wedstrijden worden gehouden in een denkbeeldige ring van 4 meter, waarbinnen twee trotten op een afstand van 50 cm van elkaar worden geplaatst. Aan de trotten worden de zangvogels die meedoen aan de wedstrijd opgehangen.

Binnen een straal van 25 meter mogen zich geen andere vogels bevinden, omdat de wedstrijdvogels niet mogen worden afgeleid of beïnvloed tijdens de wedstrijden.

Tijdens de wedstrijden staat er steeds een scoorder (een soort scheidsrechter) naast de wedstrijdvogel die de slagen die de vogel fluit noteert op het scorebord welke voor hem staat.

Elke keer dat de zangvogel fluit wordt er door de scoorder één punt genoteert, middels het trekken van een streep op het scorebord.  

Bij het noteren van de punten gaat het dus steeds om het “aantal keren” dat door een wedstrijdvogel wordt gefloten. Indien een vogel meerdere keren fluit dan dient de scoorder dan ook meerdere punten te noteren op het scorebord. De “soort van melodie” of de zangkwaliteit die door de vogel wordt voortgebracht is bij het behalen van punten voor de wedstrijden niet van belang.

De formele definitie van wat onder een slag wordt verstaan is “de melodie van de zang van de vogel, welke bestaat uit tenminste twee aaneengesloten tonen”. Bij een duidelijke onderbreking van de slag die daarna wordt doorgefloten worden twee of meer punten genoteerd. Het criterium om vast te stellen of er sprake is van een nieuwe slag is de “duidelijke onderbreking” die wordt waargenomen bij het fluiten van de vogel. Pas indien de scoorder heeft waargenomen dat er sprake is van een duidelijke onderbreking met het vervolg van een nieuwe slag, kan hij meerdere punten toekennen aan de zang van de vogel.   

De roep van een vogel wordt niet beschouwd als een slag en kan dus niet worden genoteerd met een punt. Immers bestaat de roep van een vogel niet uit “twee aaneengesloten tonen”, waardoor er geen sprake kan zijn van een slag die door de vogel wordt gefloten.

Aan het einde van de wedstrijd worden de twee scores van de wedstrijdvogels met elkaar vergeleken. De zangvogel die het meeste aantal keren heeft gefloten en dus de hoogste score heeft behaald tijdens een wedstrijd is de winnaar.